Er wordt hier wat afgezeurd. Over die vreselijke ‘buitenlanders’ die hele wijken overnemen. Ze zouden de huizen inpikken, de banen afpakken, hun eigen clubs oprichten, hun eigen winkels en supermarkten openen. Restaurants met een onleesbare menukaart, dokters die je niet vertrouwt. En dan die muziek: herrie waar je geen touw aan vast kunt knopen.
En de taal? Vergeet het maar. Ze praten hun eigen rare taal onder elkaar, kijken naar tv‑zenders uit hun thuisland en lachen om grappen die wij niet snappen. Ondertussen terroriseren ze de buurt met hun vreemde gewoontes. “Ze passen zich niet aan,” klinkt het dan tamelijk verontwaardigd. Eigenlijk moeten we ze ‘vrijwillig laten terugkeren’. Het land weer van ‘ons’.
Het is een hardvochtige klaagzang die je overal hoort: in de kroeg, op verjaardagen, bij de kapper. Het lijkt wel een nationale hobby.
Maar stel je nu eens voor dat je die klachten letterlijk neemt. Huizen vol buitenlanders, eigen clubs, eigen winkels, eigen dokters, eigen muziek, eigen tv‑zenders. Een enclave waar de lokale taal nauwelijks wordt gesproken en waar de importbewoners vooral met elkaar omgaan en zich in niets aantrekken van de lokale gewoonten, omgangsvormen en tradities. En dan gebruiken ze ook nog eens al die voorzieningen die we hebben opgebouwd en waarvoor ze niets hebben betaald.
Klinkt bekend?
Welkom in o.a. Benidorm of Albufeira. Daar zitten wij massaal, de Nederlanders, met onze kroketten, onze RTL‑schotel, ‘Holland FM’, de NPO Luisterapp, Hazes‑playlist, onze Hollandse huisarts én particuliere klinieken. We omvolken wijken, houden stevig vast aan onze eigen taal, eigen cultuur en eigen luidruchtige gewoontes. We passen ons helemaal niet aan, maar verwachten dat anderen dat wel doen. Vaak geven we dan ook nog keiharde kritiek op het Nederlandse politieke beleid, langs het zwembad, strand of balkon.
De grap? Het verhaal gaat helemaal niet over onze regio. Het gaat over onszelf, onder de Spaanse of Portugese zon. Misschien tijd, tijdens de kerstdagen, om eens in de spiegel kijken. Wel mét een zonnebril op, want het tegenlicht kan nogal fel zijn. Omvolken? Díe buitenlanders, zijn wij!